|
|
|
Vorige |
Back |
Kennismaking met. . . Welkom Nieuwe Adherentleden
In een feestelijke dienst hebben we als korpsgemeenschap op zondag 9 januari
een viertal nieuwe adherentleden verwelkomd. Voor ons korps is het altijd
weer een van de hoogtepunten in het korpsprogramma als nieuwe leden worden
toegevoegd. En dan maakt het eigenlijk niet zoveel verschil als het gaat om
adherentleden (mensen die door deze vorm van lidmaatschap hun verbondenheid
met de korpsgemeenschap tot uitdrukking willen brengen en daarmee willen
aangeven dat het Leger hun ‘geestelijk thuis’ is) of heilssoldaten (mensen
die nog een stapje verder willen gaan door bij ons formeel ‘belijdenis van
hun geloof’ af te leggen en zich daarbij ook te conformeren aan een aantal
‘regels’ die aan het heilssoldaatschap verbonden zijn).
Het was dus een feest toen zr. M. Kuiper-Verrijzer, br. G.T. van Putten, zr.
M.H. van Putten-Elles en zr. S.E. van Beek uit handen van majoor mevrouw L.
Cornelissse het certificaat van hun lidmaatschap ontvingen. Voor elk van hen
had een majoor een persoonlijk woord, waarin tot uitdrukking kwam hoe zij
hen had leren kennen in de periode van samen op weg zijn naar deze
bijzondere dag. We zijn dankbaar en blij met elk van hen.
En nu het wonder….. Het lijkt een beetje op het verhaal over ‘de gift van de
rabbi’. Inmiddels staan er al weer acht mensen te popelen om ook samen met
majoor Cornelisse op weg te gaan naar het adherentlidmaatschap. En we hebben
ook al de datum vastgesteld voor de officiële verwelkoming in de
korpsgemeenschap: zondag 10 april. Dat wordt dus weer zo’n bijzondere
feestdag voor ons korps.
Een van de nieuwe adherentleden was mevrouw Ria Kuiper. Hieronder maakt u
met haar kennis en vertelt zij iets over haar motivatie om adherentlid te
worden.
|
|
|

boven: Mevrouw Ria Kuiper |
|
WAAROM IK ADHERENTLID WILDE WORDEN
Ik heb niet altijd zo’n gemakkelijk leven gehad, zoals waarschijnlijk
meerderen van ons. Ik trouwde vrij jong, kreeg snel kinderen. Het was oorlog
met veel spanning, verdriet en zorgen. Ook nog ná de oorlog. De zorgen waren
soms zo hoog, dat ik bad: ‘O, Lieve Heer, geef mij toch raad. Hoe los ik dit
op?’ Uiteindelijk heeft alles zich opgelost en mijn leven kabbelde rustig
verder.
Op een gegeven moment werd ik mij bewust wat een fantastisch leven ik
eigenlijk had, na alles wat er gepasseerd was: geen stress, geen zorgen en
in goede harmonie met de kinderen. Maar ik deed er niets mee. Tot ik op een
gegeven moment kennis maakte met, voor mij: mevrouw Van Kesteren. (Ter
verduidelijking: de majoor / zuster van de korpsofficier.) Wij woonden al
een hele tijd praktisch naast elkaar, maar om verschillende redenen hadden
we nooit kennis met elkaar gemaakt. Op een keer kwamen we elkaar weer eens
tegen en mevrouw Van Kesteren zei: ‘Wij moeten eens een afspraak maken’.
Nu wil het geval, dat er dat weekend een brassband en een koor (Amsterdam
Stafkoor) zouden optreden in de Regenboogkerk. Dat leek me wel wat. Ik vond
het altijd erg mooi wanneer de heilssoldaten vroeger op de straat speelden
en zongen. Achteraf zag ik het toch niet zo zitten om er ’s avonds naar toe
te gaan. Maar ik hoorde dat datzelfde koor op de zondag erna in het Leger
aan de Bussumerstraat zou komen. Dat leek me wel wat.
Tijdens die kennismaking met mevrouw Van Kesteren vertelde ik dit aan haar.
‘Dat is leuk, dan kunnen we zondag samen gaan’, was haar reactie.
Vanaf het moment dat ik de Legerzaal binnenkwam had ik het gevoel dat ik
thuis kwam van een lange reis. Ik werd ontvangen als een familielid, dat ze
lang niet gezien hadden; de preek begreep ik en sommige liederen waren voor
mij een gebed.
Kort daarna was ik in de gelegenheid om de Alpha-cursus te volgen. Deze
cursus heeft heel veel voor mij betekend. Ik zag daarin het werk van de
Heilige Geest.
Ook ben ik mij meer in de Bijbel gaan verdiepen en ik kwam tot de ontdekking,
dat God mijn leven heeft geleid en altijd bij mij was. Soms had ik mijn
twijfels en dacht: ‘Ben ik wel eerlijk, word ik niet beïnvloed door de
omstandigheden? Maar dan had ik altijd mijn lieve vriendin, die mij weer
moed insprak en met mij bad. Ik denk dat ze heel veel voor mij gebeden heeft,
want nu durf ik te zeggen: ‘Ik ben een kind van God’. |